Page 66 - Kijk op zijn omgeving
P. 66
Pagina 64
Fré zelfging als kamerlid, Koerd belandde in het provinciebestuur en zijn vrouw Tjakkie kwam
in de gemeenteraad van Beerta. Koert zou zich zijn eerste dag op het provinciehuis nog lang
heugen. De ambtenarij was verstijfd van schrik. Alles lag stil. Want er was een communist in
het gebouw. De kennismaking met de commissaris van de koningin verliep ijzig, vertelde
Koert. Toxopeus had niets tegen mij als persoon. Nee, hij zag het systeem tegenover zich.
De Sovjet - Unie zat bij bij hem aan tafel, een Rus.
Om ergens te beginnen met de redding van de natuur moeten er geen halve, maar
Mansholtiaanse maatregelen genomen worden. Vier jaar eerder zag hij een kaal en strak
cultuurland voor zich, zo ver het oog reikt, her en der gepokt met een agroindustrieel
conglomeraat. Nu is het de woeste vlakte die ruim baan krijgt: het Waddengebied moet van
Den Helder tot Esbjerg een groot, onschendbaar natuurmonunt worden. Een vogelreservaat
zonder booreilanden ofmotorjachten , waar geen boer of ingenieur nog een reepje van mag
afsnijden. Dat is tegelijk een mooie testcase voor natuurbehoud op Europese schaal.
Op nieuw laat Mansholt zijn schaduw vallen over de gemeenschap waaruit hij is
voortgekomen.
En in 1866 stond er op een Oldamster erfvoor het eerst een stoomdorser te puffen.
Het dorsen met de vlegel kwam een einde aan. Om de dode maanden door te komen werd het
leger van land lozen bezig gehouden met het stuk hameren van steen tot steenslag, dat gebruikt
werd voor het verharden van wegen. Overbodig, stompzinnig werk, vonden de kloppers.
Dag in dag uit zaten ze op de vloer van het flinthok, links een berg keien, rechts een hoopje
keislag. Hun polsen en onder armen gingen er van trillen dat ze geen sigaret meer konden
rollen. In April 1889 legde een groep van negenentachtig keien kloppers in Finsterwolde
het werk neer. Ze trokken door het dorpstraat naar het multifuncionele Hotel Hommes, waar
het burgerlijk armbestuur en de diaconie in vergadering bijeen. In plaats van stokken en
hooivorken toonden ze behaarde, knokige, eeltige vuisten. Er klonk keelgeschraap, en pas toen
het helemaal stil was maakten de overvallers hun eis bekend: "zes gulden contant per persoon,
nu meteen". De notabelen, geschrokken, zeiden de zaak voor te zullen leggen aan de
gemeenteraad, maar dat voorstel oogstte gesis en hoongelach.
''Drie gulden" boden de besturen. "Wij hebben niet meer in kas". "zes" zeiden de kloppers.
Na uren van geharrewar, gedreigd en gefluister zeiden de heren van de bedeling dat ze tot vijf
konden gaan. Maar de arbeiders lieten zich met minder dan zes niet afschepen. "Dat hebben we
eenvoudig niet in de kas". "Dan gaanjullie het maar halen".
Het was donker toen enkele leden van de diaconie het losgeld in de buurt gingen lenen,
uiteindelijk keerden alle negenen tachtig werklozen huiswaarts met zes gulden op zak.
Droevig, noemde de gemeenteraad de afpersing affaire.
De on kerkelijkheid in het Oldambt, nam epidemische vormen aan. In Beerta vielen op een dag
twee honderd land lozen tegelijk van hun geloof afna een optreden van Domela Nieuwenhuis,
met zijn heils boodschap van lijden en uitverkiezing, "de socialistische kerk" had gesticht.
Wat de boeren betreft: de vette oogsten deden hun vrees voor de wrake Gods in korte tijd
verdampen. Als ze nog geloofden, dan alleen nog in de wetenschap of het eigen kunnen.
Niet het aan roepen van de Naam des Heren, maar de kunstmest die deed de opbrengst
wonderlijk stijgen. Het was alsof de landbouwers met de komst van de uitvinding van de
kunstmest - een troefkaart tegen de kansel boodschap in handen kregen. "Binnen kort kunnen
wij alles" zei een boer tegen de dominee, en wijzend op een zak kunstmest. "Daar staat m!jn
God". De boeren benoemden alleen nog vrijzinnige predikanten omdat ze hun buik vol hadden
van doemdenkers, ''Dominee gelooft zelf niet meer", werd er gefluisterd.
En: "Het is toch een schandaal dat men een dominee moet onderhouden waarna men niet wil
luisteren". Om geen kerkgeld te hoeven te betalen, begroeven de nukkigste boeren hun doden
in een illegaal familiegraf op de achterathoek van hun plaats.

