Page 68 - Kijk op zijn omgeving
P. 68
Pagina 66
Er zwermden grote groepen voorlichters over het platteland uit om de kleine boeren hun failliet
aan te zeggen. "Houdt u er maar mee op'', Zeiden ze. Verkoop de boedel liever aan een
ander". "Groeien ofwegwezen" Wie er niet in slaagde zijn areaal uit te breiden, zou worden
opgeslokt door de buren.
Klaas Jan had dat 'bureaucratenvolk' het liefst met een drietand verjaagd, maar Tjalk toonde
zich een calculerende akkerbouwer: in juli 1972 kocht hij er - met de bank - veertig hectare bij.
Nu zat hij op honderdtwintig. De voorlichters hielden Tjark voor dat hij een 'koploper was,
iemand die het in de wedloop om schaalvergroting en mechanisatie zeker zou redden.
Gesterkt door Mansholts pleidooi voor de natuur voerende biologen hun druk op Den Haag
op. Abrahamse en de zijnen delen op het binnenhof folders uit waarin ze betogen dat de ideeèn
achter het Grote Dollardplan achterhaald zijn. Wie zit er te wachten op landaanwinning nu de
Europese landbouw steeds duurdere overschotten produceert? Willen de Groningers een
verbeterende afwatering en een dijk op deltahoogte?. Verhoog dan de bestaande dijk, bouw
een gemaal bij Nieuwe Statenzijl en bespaar miljoenen. Het scheepvaartkanaal kan ook gwmist
worden, want wat hebben de Veenkoloniën en het Oldambt nu eigenlijk te bieden wat de
moeite van het vervoer ter schip waard is?.
In het denken over de natuur houden de hoofdstromen elkaar een precair moment lang.in
evenwicht. De natuur bedwingers (we moeten de zee in, desnoods met dijken van asfalt)
en de natuurbeschermers (we moeten de Dollard vrijwaren van alle menselijke invloed).
zijn voor het eerst tegen elkaar opgewassen. Sicco Mansholt kiest voor de natuur omdat hij
een zwartkijker is die de planeet aarde aan de milieuvervuiling ten onder ziet gaan.
In 1972 keert hij het heersende denkbeeld binnenstebuiten: natuurland kan waardevoller zijn
dan cultuurland. Dat druist in tegen het wezen van de boeren, ingenieurs en communisten.
Gedeputeerde Stek eist uit naam van de werkloze arbeider het beloofde kanaal op.
Hij zegt: "De kluut, zo'n vogel op stelten, staat toch niet boven de mensen?"
Op de tekeningen die ze in het voorjaar van 1973 uitrollen loopt het tracè - tot ongeloofvan de
boeren - dwars door de bestaande polders. Het eerdere stippel lijntje van Rijkswaterstaat,
dat een tiende van de Dollard amputeerde, is eenvoudig verlegd van buiten - naar binnendijks.
Dat daarmee vijfhonderd hectare graan verloren gaat in niet erg, zeggen de ontwerpers, dat
helpt juist bij het terugdringen van de overschotten.
De oude coalitie die in 1966 in het ingesneeuwde hotel Dommering het Grote Dollardplan had
afgedwongen, herrees uit haar as. Er vormde zich spontaan een bonte polonaise achter het
BUITENDIJKS. V.V.D en C.P.N liepen voorop, met achter zich de Groninger Maatschappij
van Landbouw, gevolgd door Koert en Tjakkie Stek (solidair met de herenboeren).de Kamer
van Koophandel, de communistische blaaskapel Nieuw Leven vakbond nw, Rijkswaterstaat -
allemaal eensgezind tegen "dat elitaire onderonsje van doctorandussen in de vogelogie"
In Groningen stbnden de biologen er praktisch alleen voor, maar in de randstad haalden ze
zestigduizend handtekeningen op voor het behoud van de Dollard.
Premier Den Uyl, besluiteloos door zoveel verdeeldheid, zond in november 1973 vier ministers
en een staatssecretaris naar het hoge noorden om het streeksentiment te pijlen.
Koert Stek, die die dag zevenenveertig werd, was hun gastheer op het provinciehuis.
"Het komt niet vaak voor dat ik zulk hoog bezoek krijg op mijn verjaardag," zei hij.
Maar de bewindslieden hadden hem diep teleurgesteld, het bleken alle vijf - kangoeroes zonder
buidel - hoge heren die even komen aanwippen zonder geld te strooien. Het volksfront voor
inpoldering van de Dollard voelde zich aan zijn lot overgelaten, maar kreeg prompt een
troefkaart toebedeeld van de natuur zelf daags na het van de regeringsdelegatie beukte er een
noordwester op de kust - in combinatie met springtij. De sluiswachter in Nieuwe Statenzijl had
de sluisdeuren in hun voegen horen kraken en op de kruin van de Dollarddijk lag aangespoeld
wrakhout, zo hoog was het water gekomen. "We waren bijna met allen verzopen, "

