Page 52 - Kijk op zijn omgeving
P. 52

Pagina 50

Als wethouder van ruimtelijke ordening zei ik ''je werkt als plattelands bestuurder voor
grootste deel uit het overeind van de laatste bus de laatste winkel , de laatste school.
Blijkbaar kon de sociale structuur van de dorpen veel meer op vangen dan men veronderstelde
Dorpen bleken ook in de moderne tijd meer te zijn dan enkel economische samen levings
verstanden. De inwoners voelden zich met hun dorp verbonden, wilden zich er voor in zetten,
zagen hun dorp als een deel van hun bestaan waarvoor ze gekozen hadden, en verdedigd moest
worden. Er bleken nog andere waarden te bestaan. In de allerkleinste dorpen was zelfs weer
een toename van de bevolking merkbaar.
Nieuw was ook de verandering van het overheidsbeleid. In de jaren '60 regeerde de twee -
procent norm: kleine dorpen mochten met niet meer dan twee procent groeien, anders zou het
ruimtelijk beleid een chaos worden.
Maar in de begin jaren van zeventig begon het getij te keren. De dorpen begonnen in opstand
te komen tegen de systematische achterstelling van alles wat klein was en buiten de grootste
plannen viel. Maar elders verschoof de nadruk duidelijk naar het ondersteunen van alle dorpen,
groot en klein.

Hoe zou later verteld worden, najaren waar opeens alle knechten en meiden van de boeren
waren verdwenen, waarin na duizendjaren de samen werking tussen mens en dier verbroken
werd door de komst van de tractor, waar in de bedrijvigheid in het dorp binnen tien jaar was
weggesmolten. Hoe zou deze tijd beschreven worden?. Zouden er later nog verteld worden
van de stilte en de ontberingen, over de warmte van de oude stallen, over de bel en het
geschuifel in de dorpswinkels, over de goedheid van veel mensen. Toen boerderijen afbranden
door hooibroei.
Binnen was het dorp op eens besloten en knus, de mensen op de straat riepen elkaar vrolijk toe
dat het koud was om de neus, dat alles nagekeken moest worden, dat het in dat het in het
weekend gemakkelijk zeven graden onder nul kon worden, dat de schaatsen uit het vet konden
De komst van de vorst was het gesprek van de dag, sjaals gingen om, dikke kleren kwamen uit
de kast, en zo werd koning winter langzaam het dorp binnen gehaald. Het draaide in
gesprekken, alleen nog maar om schaatsen, en nog eens schaatsen. Overal op de sloten en de
vaarten was het gekras van schaatsen te horen. Iedere middag was er pik schieten bij Daiel op
de dobbe.
 Dan waren er de donkere, eindeloze lange winteravonden, waarin een goed verhaal goud
waard was, want bij nader inzien bleken lang niet alle volksverhalen echt te zijn.
Arend Vrieswijk vertelde dat hij schaats wedstrijden iedereen van de baan afjoeg, en dat hij
snel kon schaatsen, en bij een brug kwam en niet meer kon stoppen, er maar over heen
gesprongen was. Meent Stobbe, die de maand januari langs de woningen in Haulerwijk
 het nieuwe jaar nog kwam wensen. Bij iedere of arbeider die aardappelen in de herfst
verkocht, nam hij een monster mee om thuis met zijn vrouw de waarde te bepalen.
Hij had zoveel monsters op gehaald, dat hij voor de winter genoeg had.
Overdag waren de huizen en de deuren open, en je kon zo bij de mensen binnen stappen.
Toch het hier weer p grenzen. Aan een subtiele signalen - de manier van begroeting de stoel
die werd aangeschoven - merkte de binnen treed onmiddellijk of hij welkom was, en voor hoe
lang.
Voor het zelfde gold voor het boerenambacht. Traditie was bij de boeren boven dien een uit
stekende methode om de niet - rationele kennis over te dragen die onmisbaar is bij het werk
met beesten en natuur. Een jeugdige boer moest alleen leren om vlot te melken, kundig zijn
werktuigen te repareren , een stevig stek te slaan en nog duizend andere vaardigheden meer,
hij moest ook leren op zijn intuïtie te vertrouwen , hij moest leren " zien" dat een koe ziek was
" voelen" dat het weer omsloeg, " weten dat de oogst van het land moest. En daar waren de
   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57