Page 44 - Kijk op zijn omgeving
P. 44

Pagina 42

 Omdat Nederland aJle moeite moest doen om er weer bovenop te komen, kwam de komst van
 vluchtelingen nogaJ slecht uit. Ook zij moesten worden gevoed en gehuisvest.
Eerst waren er de joden, die terugkeerden uit de onderduik en de vernietigingskampen.
Enkele tientallen probeerden in Friesland weer een bestaan op te bouwen. Niemand had tijd
voor hun verhalen of had zin om ze aan te horen.
Na de joden volgde een veel grotere groep inwoners van Nederlands Indië, die door de
 onafhankelijkheid van hun land in 1949 in de knel waren gekomen. De eersten arriveerden al in
 1946. In totaal kwamen er 180.000 'repatrianten' naar Nederland.
Friesland ving er zo,n vijfduizend op. De Indiërs moesten zo snel mogelijk integreren.
De meeste Indiërs die onderdak kregen in Friesland, verhuisden na verloop van tijd naar
Den Haag of een andere stad waar veel volksgenoten woonden.
Daarnaast had Nederland de zorg over twaalfduizend Molukkers op zich genomen.
Het waren voormaJige militairen die hadden gediend in het Koninklijk Nederlands -
Indisch Leger (KNIL) Zij hadden zich onmogelijk gemaakt door op het eiland Ambon de
Republiek der Zuid - Molukken uit te roepen.
In totaaJ kregen zo'n duizend Molukkers onderdak in Friesland, een deel daarvan werd onder
gebracht in de kampen "Oranje en Ybenheer" Ze zouden waarschijnlijk niet langer dan een
maand of zes in Nederland blijven, dacht de Nederlandse regering toen. Om die reden werden
ze gescheiden gehouden van de Nederlandse samenleving.
De volwassen mannen waren als KNIL militairen, het wonen in kazerne achtige gebouwen wel
gewend. Toch was de overgang groot. De eerste tijd mochten de Molukkers geen werk zoeken
en de meesten hadden aanpassingsproblemen.
Vrouwen wisten niet niets afvan het stoken van kachels en het wassen en drogen binnen huis.
Het Nederlandse voedsel kenden zij ook niet. Boodschappen moesten ze doen in het dorp, ze
hadden geen vervoer, en fietsen konden ze niet. Veel vrouwen liepen naar Oosterwolde. Volle
tassen namen ze dan wel eens op hun hoofd mee terug. Toen een paar daar een foto van wilden
maken, was de lol er snel af, en ze deden het niet meer.
Naarmate hun verblijfin Nederland langer duurde, kregen ze meer mogelijkheden om zich te
ontplooien. Ze zochten en vonden werk en verlieten vanaf de tweede helft van de jaren vijftig
hun woonoorden. De overheid zag toen el wel in dat de Molukkers niet meer terug zouden
gaan naar hun vaderland, en stimuleerde daarom het vertrek uit de kampen.
In het midden van de jaren zestig gingen de meeste uit de kampen;
In het midden van de jaren zestig gingen de meeste kampen dicht.
Het liefst zag de overheid hen integreren, maar veel Molukkers wilden in elkaars nabijheid
blijven. En zo vestigden veel bewoners van de kampen bij Fochteloo zich in Oosterwolde.
Daar kregen ze hun eigen wijk, aan de oostkant van het dorp. Domeinen breide daar een eigen
wijk ze kregen daar een eigen kerk, en hun eigen jeugd werk.

De tweede emigratie neemt een aanvang.

Al was de oorlog ten einde veel moeilijkheden waren er nog, De woning nood was nog groot,
er waren in vijfjaar geen woningen gebouwd. Boeren met kleine bedrijfjes en arbeiders, vooraJ
die op de klei werkten moesten proberen ook nu weer hun werk te doen.
   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49