Page 42 - Kijk op zijn omgeving
P. 42
Pagina 40
De sloten zijn uitgedroogd en in de vaart staat nog slechts een armzalig beetje water.
De loofbomen laten vroeg hun bladeren vallen, en staan vroeger dan normaal in herfsstooi,
een vreemde tegenstelling met het nog steeds zomerse weer.
De voordelen zijn gering, de nadelen zeer groot. Men kan de vele boeren ijverig bezig zien om
hun sloten te schonen. Het kan nu prachtig en dat is dan een voordeeltje van de droogte.
En in Haulerwijk en Waskemeer draven de kinderen joelend dwars door de vaart, waarin
anderhalf á twee meter water te weinig staat.
Het is met de water voorziening zowel om te drinken als om te wassen en te spoelen droevig
gesteld De pompen weigeren en de regenwaterbakken zijn leeg. Met de aanleg van de
Zowel van gemeentewege als van particuliere zijde is een waterdistributieregeling getroffen.
Melk en vrachtrijder voeren het water aan dat uit Een wordt gehaald, het eindpunt van de
Leekster waterleiding. "
Op allerlei provisorische manieren is een drinkwatervoorziening voor het vee getroffen.
Met gier pompen wordt water uit de vaart opgepompt en naar het vee gebracht.
Er is in Haulerwijk en Waskemeer evenals in andere plaatsen zonder waterleiding heerst een
noodtoestand. Er waren nog andere risico's Het water uit de regenwaterbak of de pomp kon
vervuild zijn. Niet zelden zijn daar ernstige ziekten zoals tyfus uit voortgekomen en het niet
nemen van maatregelen tegen besmetting was er oorzaak van dat ze tot epidemieën leiden.
De weder op bouw.
Toen op 5 mei 1945 Duitsland capituleerde en Nederland geen bezet gebied meer was,
kon aan de weder op bouw worden begonnen. De dagelijkse levensbehoeften waren schaars.
Wie wat van het èèn kon missen ruilde dat tegen iets anders. Brandstofvoorziening was twee
opeenvolgende een groot probleem. De kolenproductie was heel 1945 een van die van voor de
oorlog, de gasproductie 18 procent, die van elektriciteit 16 procent. In de strenge winter van
1946 / 1947 had 30 procent van de bevolking geen kolen in huis. Wat de brandstofvoorziening
betrofviel het in deze streek nog al mee, het Fochteloerveen lag betrekkelijk dicht bij, bijna
iedereen groef of liet daar turf graven, wie het niet kon werd van wat turfvoorzien. De
boswallen die waren over gebleven uit de bezettingstijd werden nu ook gekapt.
Vergadert werd vaak in een schoollokaal, als je wat turf mee nam had meester gaar geen
probleem mee. In Friesland waren ook kerken waar de kerkgangers een paar turven
meenamen, omdat er anders geen brandstof was.
De overheid probeerde de beschikbare brandstoffen, voeding en genotmiddelen zo eerlijk
mogelijk te verdelen. De voornaamste levensmiddelen - brood, boter, vet, vlees, peulvruchten
en bloem - bleven daardoor jaren op de bon. Pas in 1949 was de veestapel weer zover op peil,
dat vlees vrij verkrijgbaar werd. De distributie van koffie en suiker eindigde pas op 14 januarie
1952. Ook de melk was op rantsoen. Deze maatregel stuitte op onbegrip in het koeien rijke
Friesland. Men verwijst naar de rol van de provincie als voedselverschaffer tijdens de
oorlogsjaren. Waar waren zoveel onderduikers, waar werden kinderen uit Holland gevoed,
waar werd door zoveel hongervluchtelingen onderdak verkregen?
Genotmiddelen moesten voor het grootste deel worden geïmporteerd en de aanvoer kwam
maar moeizaam op gang. Een reden was dat Nederland geen geld had om importproducten te
betalen.

