Page 41 - Kijk op zijn omgeving
P. 41

Pagina 39

hoorde je alles, de vogels zongen hun hoogste lied. Velen hadden het land nog al verspreid
liggen, dat hield in, als de koeien naar een ander stuk land moesten, dat werd dan verweiden
genoemd, moesten de buren er aan te pas komen. Elk een of twee koeien aan een touw.
De landbouw ging dan ook buiten gewoon in efficiént om met de factor arbeid, zeker in onze
heden daagse ogen. Met het hooien was je de maanden juni en juli bezig. Met de zeis maaien,
alles moest met handkracht gebeuren. En dan wachtte de rogge en de haver, die met de hand
gezicht moest worden, en als dat klaar was moesten de aardappels uit de grond, en nadien met
de hand gesorteerd. 's winters moest het graan met de vlegel gedorst worden.
"Ik ken geen werk dat zenuwsloper is dan dit" vertelde Theunes "Steeds maar de vlegel te
zwaaien in het zelfde regelmatige tempo om in de maat te blijven, want dat moest; geen
seconde te hebben om je neus te snuiten of om een stofje weg te halen, dat je in de nek
kriebelde - en als je nog onhandig bent en weinig uithoudingsvermogen hebt. Het is er om gek
van te worden."
Het water

Al was Haulerwijk een gesloten gemeenschap, wou je buiten het dorp dan was je aangewezen
op de trekschuit, later kwam de fiets, ofje moest lopen. 's Winters als hei ijs sterk was kon
men op schaatsen verder de wereld in. Door het lezen van een krant wist men toch wat er
verder in de provincie, en daar buiten gebeurde Men wist dat elders in Friesland grote
boerderijen waren, en daar ontwikkelingen waren, die ook hier zouden kunnen gebeuren
In de Hepkema 's courant las men dat er boelgoed zou worden gehouden in de buurt van
Sneek. De boelgoed lijst bevatte maar liefst 44 koeien een stier een bruine merrie, een
kapwagen, twee aardkarren zes kippen en een haan.
Natuurlijk had men hier ook niet stil gezeten.
Om een bestaan op te bouwen begon men naast agrarische met ambachtelijke activiteiten
Voor de tweede wereld oorlog waren er in Haulerwijk toen nog samen met nu Waskemeer,
15 bakkers, 2 graanmolens, windmolens, 5 timmerbedrijven, 4 smeden, 9 kruideniers,
5 slagers, 3 schilders, 1 wagen maker, 1 klokken maker, 4 café s, enkelen die handelden in
manufacturen, 2 klompenmakers.
 R. Flik nu kerkstraat had een helling, velen hadden een bootje of een praam, moesten die voor
reparatie of onderhoud dan gingen ze bij Flik op de helling.
Toen een paard nog een luxe was, en een enkeling er een had, werd de stalmest per boot naar
het land gebracht. Hooi werd veelal naar huis gedragen, twee draagstokken onder de opper
hooi, met twee man droeg men de opper naar huis, vaak moest dat in de avonduren gebeuren,
vaak hielp de buurman die overdag op zijn werk was.
Bij de aankoop van een paard, werd altijd gevraagd naar de eerlijkheid, van het dier, en dat er
niet bang was voor auto's, en scheepszeilen. Het is gebeurd dat een boer 's morgens in een
tilbury naar de markt in Leeuwarden reed. Het paard was nog niet aan fietsen gewend, en het
zaakje raakte in de sloot, waaruit het met vereende krachten weer op de weg werd gehaald.
Het water kan er soms veel te overvloedig zijn, dat de oogst kan mislukken, maar men kan er
ook om zitten te springen. Een boer weet beter dan wie ook hoe men kan hunkeren naar regen.
In de tijden, waarin het nog niet per buis werd aangevoerd konden ook mens en dier op het
platteland zwaar door gebrek aan water worden getroffen. In droge perioden raakten de
regenwaterbakken leeg en als de nood hoog werd moest water van elders worden aangevoerd,
met alle ongemakken die daar aan verbonden waren..
De zomer van 1959 was ook zeer droog, en de waternood zeer groot.
In september schrijft de Nieuwe Ooststellingwerfer:
De weiden op de zandgronden zijn kaal en verdord Het vee heeft weinig ofniets meer te
grazen. Koeien en kalveren knabbelen de laatste restjes smakeloos gras tot op de wortels af
   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46