Page 65 - Stukjes in de Saskemare
P. 65
£
De Galgenberg
In de Ooststellingwerver van 1920 lezen we het volgende :
Achter Haule,op de hoge heide,niet ver van de verdwenen schans
Breeberg,verhief zich sinds onheugelijke tijden de "Galgeberg"
Het is een heuvel van een paar meter hoog en een kleine 20
meter breed.
Het was geen door de wind bijeengejaagde stuifzand-hoogte,zo-
als de heide er vaak oplevert,maar hij droeg alle kentekenen
van door mensenhanden te zijn opgeworpen.
Op de kaart van Schotanus (1718) kwam hij reeds voor onder de
naam Galgenberg.
Er was een verhaal verbonden aan deze zandhoop.
Zo luidde de overlevering : In het rampjaar 1673 was de schans
Breeberg wederom door Staatsche soldaten bezet.Men verwacht-
te,dat de bisschop van Minister met zijn leger een strooptocht
door Friesland zou ondernemen.Drie soldaten ontvluchtten uit
de schans maar werden weder gevat en wegens desertie ter dood
gebracht.De Galgenberg zou aan dit feit zijn naam hebben
ontleend,op deze heuvel zou de terechtstelling hebben plaats
gehad.
Lag er waarheid aan dit verhaal ten grondslag of was het
louter fantasie ?
Hoe het ook zij, of al of niet de heuvel hieraan zijn naam
heeft ontleend,hij was voorzeker in veel vroegere tijd opge-
richt.
Maar de Galgenberg heeft zijn geheim aan het nageslacht ont-
huld.
Nadat een deskundige deze heuvel met vrij veel zekerheid als
een tumulus (grafheuvel) uit het steentijdperk had aangewe-
zen,werd door enige oudheid-liefhebbers,handelende voor de
vereninging " Heimatstudie der Stellingwerven " een nader
onderzoek ingesteld.De leiding hierbij had de heer J.Lan-
ting,werkzaam aan het Biologisch Arch.instituut te Groningen.
Er werd een brede geul in de heuvel gegraven, tot over het
midden,ter diepte van de vaste grond.Al spoedig bleek uit de
structuur van de grond, dat men werkelijk te doen had met een
grafheuvel uit het Steentijdperk.Het graf moest zich dan
bevinden vrijwel juist in het midden van de berg, terwij.l in
dat graf zich naar alle waarschijnlijkheid zou bevinden een
strijdhamer of een beitel,misschien ook een stukje vaatwerk.
Deze voorwerpen werden aan het stamhoofd meegegeven als men
zijn lijk toevertrouwde aan de schoot der aarde.
De heuvel bleek niet meer in zijn oorspronkelijke ,ongerepte
toestand te zijn.Er was in latere tijdperken in gegraven,door
mensen en ook door dieren; konijnen,bunzings of vossen hadden
er holen in gemaakt.
In de in latere tijdperken in gegraven stukken werden gedeel-
ten van een of meerdere skeletten gevonden.Als vrij zeker kan
men dus aannemen dat het verhaal omtrent de terechtstelling
der soldaten op waarheid was gegrond en dat hier de geraamten
van de ongelukkigen werden teruggevonden.
R.Reinders wordt vervolgd.

