Page 62 - Stukjes in de Saskemare
P. 62

Het " Oude Leger "

We vervolgen het verhaal van H.J.Popping.

Een belangrijker ontdekking deden we waar een gedeelte van een
wal was weggestoven en de z.g. vaste grond weer was blootgeko-
men.
Hier lagen op enkele plaatsen verzamelingen van vuursteen-
splinters. Zoo op het eerste gezicht heel gewone stukjes
vuursteen zooals men die op zoovele plaatsen in de hei kan
vinden. Maar er was een groot verschil met de door de natuur
gevormde of vervormde vuursteenbrokjes ; deze stukjes konden
onmogelijk zoo door de natuur zijn gevormd. Hier moest men-
schienarbeid mee annex zijn, hier had men een werkplaats uit
den neolitischen of het nieuwsteeneBi.jtijdpjer:k^
Miqschien 4000 of 5000 jaar geleden.

Hier had in den grijzen voortijd een man gezeten, gestoken in
een dierenhuid of - bij warm weer - misschien geheel naakt.
Hij had voor zich liggen op den grond een vuursteenklomp,
zooals de natuur die had opgeleverd.
Met zijn gereedschap - zeer zeker ook harde steenbrokken, of
stukjes hard hertshoorn ? -behandelde hij den vuursteenklomp ;
hij deed er fragmentjes afspringen door een speciale bewer-
king.

Hij beschouwde aandachtig de afgesplinterde stukken ; een
aantal legde hij op' zij, want die konden dienen . of verder
bewerkt worden voor allerlei werktuigjes.
En hij moest iramers steentjes hebben die konden dienen voor
pijlspitsen, voor huidenschrapers, voor mesjes, voor vijltjes,
voor boortjes. En uit de kern van den vuursteenklomp trachtte
hij wellicht een bijl of een beitel te maken.

Zoo zat deze man daar, en hij werkte met vlijt, met overleg en
ambitie. Misschien was hij een kunstenaar in zijn vak, waren
zijn bijlen, zijn hamers beroemd en gezocht, leverde hij aan
de grootste opperhoofden van zijn tijd. En trotsch was hij
zeker op zijn werkstukken.

Of waren zij geen kunstenaars, onze primitieve voorouders, die
uit den harden, onhandelbaren vuursteen of anderen harden
steen de prachtig afgeronde, gepolijste, zuiver symmetrische
bijlen en beitels vormden ?

Kan 6§n onzer het hen nadoen met de hulpmiddelen van toen ?
Ze waren geen wilden, deze menschen, al kenden ze nog geen
ijzer, geen electriciteit, geen ingewikkelde machines.

Dan komt de tijd dat onze man niet meer verschijnt. Maar een
gansche stam komt opdagen. Men heeft de omgeving opgenomen en
hier een veilige plaats van twee zijden door moerassen gedekt,
van deze stuifzandhoogten, denkt men een legerplaats, een
woonstede te bouwen. De hoogten worden gemaakt tot walle"h ; en
de plaats waar de steen-bewerker zijn werkplaats had, wordt
onder een nieuw-opgeworpen hoogte bedolven.

R.Reinders.                                wordt vervolgd.
   57   58   59   60   61   62   63   64   65   66   67