Page 28 - _R. Reinders Oorlog Waskemeer
P. 28

___." ..... .. ._--_.... - - -- - - - -- -- - - - -- - - - -'-------

          Samen met de arbeider die wel vertrouwd was,
          groef de boer het hol (dat gebéurde in de
          nachtelijke uurtjes als iedereen sliep) .
          Want niemand mocht het weten, ook de kinderen
          niet. In het hol werd een grote meelbak ge-
          plaatst met wat droogstro en dekens. Een hou-
           ten luik over de ingang, daar weer wat hooi
          over en wat speelgoed, zodat het net leek of
          de kinderen hadden er gespeeld. Het was bijna
          onvindbaar, en wel vlug te bereiken, dat was
          goed zo !

         En toen ging de boerin een dag op visite,
         zogenaamd naar Hardegarijp, maar ze fietste
         naar Kootstertille, waar ze Louk ophaalde.
         Als je dit zo opschrijft dan is het voor zO'nl
         jongen toch ook wel wat griezelig geweest,
         want hij had al gevangen gezeten, en was bij
         mensen en zou nu weer naar een andere plek
         gaan . Wel wist hij dat hij wat dichter bij
         zijn vader en moeder zou komen, maar verder
         moest hij het maar afwachten. Louk was toen
         pas 12 jaar geworden. Het was al met al voor
         Louk maar ook voor de boerin een spannende
         reis. Tassen met wat kleren aan het stuur
         en Louk achterop, het was een heel eind.

   -- - - - - - - - - - -- ' - - - -- -------_._-_._.._----_..._---_._- ' - - -'-

         Maar het gelukte,ze kwamen veilig thuis in
         Hoeve "Ruimzicht",waar het voor Louk wel
         gezellig was, want er waren kinderen om mee
         te spelen en op een boerderij was veel te
         doen en ook veel werkjes die kinderen wel
         konden doen.De enige zoon Jan,was al gauw
         goede maatjes met hem. Overdag waren de kin-
         deren naar school, maar na schooltijd waren
         ze wel thuis.Louk ging niet naar school,de
         eerste tijd, want dat zou teveel vragen op-
         roepen.Zo af en toe werd er wel geoefend,
        om in de schuilkelder te kruipen, ook alom
         Louk er wat aan te wennen, maar het gevaar
         was ook nooit weg te denken.

                                               3
   23   24   25   26   27   28   29   30   31   32   33