Page 27 - _R. Reinders Oorlog Waskemeer
P. 27

We besloten dus om die jongen . een kans te ge-
ven en zeiden 11 ja we doen het ". Toen moest
er heel wat besproken worden en dat allemaal
in het geheim, want het was een tijd waarin
je niet wist, wie je wel en w.ie je niet kon
vertrouwen.
En we hadden vier kinderen, een vaste arbeider,
een lytsfeint en een inwonende meid. Verder

hadden we veel melkklanten Dat waren mensen
die elke dag of om de twee dagen één of twee
liter melk kwamen halen'. Dat gebeurde natuur-
lijk ook klandestien, want je was verplicht
om alle melk aan de fabriek te leveren, die
door de bezetters beheerd werd.
We bedachten dat we zouden vertellen, dat er
een logé zou komen, een jongen uit Rotterdam,

  waar de mensen hoger leden en bij een bombar-
dement was hun huis helemaal vernield.Om weer
op verhaal te komen, zou hij een poosje bij
ons komen logeren. Met de mensen van de onder-
grondse, die zorgden voor de berichten naar
Kootstertille, bespraken we, wanneer de jon-
gen bij ons terecht zou komen.

Afgesproken werd, dat de boerin een dag naar
haar ouders in Hardegarijp zou gaan op de
fiets. Dat was .voor de kinderen en het perso-
neel niet zo vreemd, dat gebeurde wel eens
vaker. Als het weer wat betrouwbaar was, zou
ze in de Paasvakantie gaan, dan was het niet
zo vreemd om met een kind op reis te gaan.
Er moest echter nog meer gebeuren, er moest
een goede schuilplaats gevonden en gemaakt
worden. Inmiddels hadden we wel sporadisch
contact met de ouders van Louk, en de vader
en de boer bedachten samen, waar die schuil-
plaats zou komen. Een hol onder het hooivak
en dat uithollen onder de betonnen vloer
van de deel.
   22   23   24   25   26   27   28   29   30   31   32