Page 120 - 02_beneden_haulerwijk_1926-1954 FB
P. 120
Hiermee is het verhaal van het neergestorte vliegtuig nog niet afgelopen. Toen ik in het land
rondliep bij de bomkrater en de brokstukken van het vliegtuig, ontdekte ik een tank met olie,
met een inhoud van ongeveer honderd liter. En aangezien olie niet meer te krijgen was en er
toch veel behoefte aan was, werd het plan gemaakt, als het duister werd om dan de tank leeg
te halen.
Het zal die zondag vijf uur geweest zijn. Wij zagen politie Kort, een collega van De Vree, met
een Duitse soldaat op huis aankomen.
Het hele gezin plus de onderduiker zaten in de kamer.
De onderduiker schoot direct zijn schuilplaats in. Door politie Kort werd mijn ouders
medegedeeld, dat de eerstkomende dagen het neergekomen vliegtuig grondig zou worden
ge'mspecteerd en de soldaat die hier bij hem was moest daar controle op houden, en zolang als
dat nodig was, moest hij bij ons worden ingekwartierd.
Weigeren kon natuurlijk niet, dus dat was geen probleem. Onze onderduiker, wij hadden op
dat moment maar een, ging naar mijn broer Klaas, het immers maar voor tijdelijk en moest
's-nachts in het land in de schuilplaats slapen. De Duitse soldaat werd een kamertje
toegewezen met een bedstee waar voorheen de onderduikers sliepen.
Die tank met olie zat ons wel hoog, olie was niet te krijgen en je kon er ook niet zonder. Je
kon het ook gebruiken voor verlichting in de stal, een drijvertje met een kousje in de olie dat
gaf wat licht. Van de Duitse militair vernamen wij, dat hij eerst de volgende dag toezicht
moest houden bij het neergekomen vliegtuig, eerder zou de inspectie ook niet plaats hebben.
Toen zagen wij onze kans schoon. Het yermoeden was dat er meer kapers op de kust waren.
Dat bleek ook het geval te zijn. Toen we daar kwamen waren er al meer liefhebbers uit de
omgeving. Daar hadden we wat op gevonden, een onderduiker uit de buurt kende de Duitse
taal goed, die sommeerde in het Duits dat ze onmiddellijk moesten vertrekken, ze liepen dan
snel weg en die later kwamen hield hij op een afstand, wij waren zodoende in de gelegenheid
met enkele emmers de tank leeg te halen.
De Duitse soldaat is een week bij ons gebleven. Na een paar dagen bleek dat hij niets van het
Nationaal Socialisme moest hebben, hij sprak daar vrij over toen hij wist hij wij over de
oorlog en het Nationaal Socialisme dachten, maar hij had geen andere keus. Hij vertelde ons
dat hij 30 jaar was en afkomstig was uit Maagdenburg. Zijn vrouw moest werken in een
munitiefabriek in Maagdenburg. Het overvliegen van vliegtuigen klonk ons als muziek in de
oren, maar het was voor hem een verschrikking. Hij dacht aan zijn vrouw die in gevaar was
omdat de munitiefabrieken een prooi waren voor de Engelse en Amerikaanse bommen-
werpers. Uit foto 's bleek dat hij in een korte tijd grijs geworden was. Wij raakten zo
vertrouwd met hem dat we 's avonds met de onderduikers uit de buurt random de tafel zaten.
Toen hij weer weg moest, omdat zijn werk bij het neergestorte vliegtuig was afgelopen ( hij
had het wel zolang mogelijk gerekt) heeft mijn vader hem aangeboden, dat als hij al in
moeilijkheden kwam terug mocht komen en tot de bevrijding bij ons kon onderduiken. Hij
wist net zo goed als wij dat de oorlog niet lang meer kon duren. We hebben later niets meer
van hem gehoord.
Tot zover het verhaal van Wietse Duursma, (later Wethouder )hij was een zoon van Ate
Duursma, ze woonden op de nu Breebergweg 24.
Op 11 December 1944 was er de Overval op de gevangenis te Assen door de Knokploeg
" Noord-Drente " vanuit de boerderij van Peet de Boer " Hoeve ter Haule " aan de Rendijk te
Haule. Er werden 29 verzetsmensen bevrijd. Zie verder boek hierover.
Dit jaar hadden we een witte kerst, in de Oorlogsjaren viel er veel sneeuw

