Page 119 - 02_beneden_haulerwijk_1926-1954 FB
P. 119

hem te voorkomen, noch om hem te arresteren. Nadat ik opdracht had gegeven de inmiddels
opgevouwen parachute op te bergen, ben ik teruggegaan naar mijn bewakingspost.
Des namiddags werd ik belast met de bewaking van het neergestorte vliegtuig. In de loop van
die middag kwam een drietal Duitse militairen bij het wrak kijken. De commandant stelde
zich aan mij voor en toen ik mijn naam noemde gingen de andere twee met hun vuurwapens
in de aanslag achter mij staan en pakte een van hen mijn pistool uit de tas. Ik kreeg vervolgens
opdracht met hen mee te gaan. Een paar maal werd mij gevraagd waar de parachutist
gebleven was. Waarheidsgetrouw antwoordde ik telkens weer dat niet te weten. Ik begreep dat
ik gearresteerd was, omdat ik nagelaten had de afgesprongen vlieger in te rekenen, terwijl ik
daartoe wel in de gelegenheid was geweest. Het was mij duidelijk dat iemand dit aan de
Duitsers had verklikt. Men bracht mij naar de Hoofdweg bij de voetbrug en onder strenge
bewaking plaatste men mij tegen een heg voor de woning van Frits Ludwig. Toen ik daar
stond schoot mij te binnen dat ik een illegaal blaadje in de binnenzak van mijn overjas had. Ik
zag gelukkig kans om dit ongemerkt uit mijn jas te halen en in de heg, waar ik tegen aan stond
te laten verdwijnen. Na enige tijd kwam er een Duitse auto en daarin moest ik plaats nemen.
Ik moest mijn uniformpet voor mijn geziqht houden. Kennelijk mocht ik niet zien waar we
heen zouden rijden, maar natuurlijk lukte mij dat wel.

We stopten voor de woning van de N.S.B.ster Jappe ten Hoor. Ik moest mijn pet even opzij
houden en deze juffrouw verscheen voor een geopend portierraam en zei tegen mij : " Zo De
Vree, moet U de Duitsers ook helpen ? " Ze was in gezelschap van de Duitser die mij had .
gearresteerd. Dit was duidelijk een confrontatie om aan te tonen dat de Duitsers de juiste te
pakken hadden. Wij reden vervolgens de weg naar Zevenhuizen in en stopten gedurende een
kwartier voor de woning van Sietse Blauw, waarna bleek dat de vogels waren gevlogen.
Hier moest ik de auto verlaten en werd mijn plaats ingenomen door een daar gevangen
genomen vlieger. Ik moest onder bewaking van vier Duitsers per rijwiel mijn tocht vervolgen.
In Leek aangekomen werd ik ingesloten in een arrestantenlokaal in het gemeentehuis aldaar.
Hier bracht ik de nacht door. Gedurende deze nacht heb ik mijn portefeuille eens nagekeken
en ontdekte een foto van een aantal inwoners van een mij niet meer bekende plaats in
Drenthe. Deze mannen waren door de Duitsers gefusilleerd en de opbrengst van de verkoop
van deze foto's was bestemd voor de nabestaanden.

Ik probeerde eerst de foto fijn te kauwen en door te slikken, maar dat lukte niet. Ik maakte
toen een opening in de strozak en stopte de foto in kleine stukjes in het stro. Een geluk dat ik
niet was gefouilleerd.
De volgende dag (maandag) werd ik per auto overgebracht naar Groningen en onderweg
werd steeds gezegd dat ik een gaatje in mijn hoofd zou krijgen. Na de overlevering aan de
Sicherheitsdienst ( S.D.) in het Scholtenshuis werd ik langdurig verhoord.
Men wilde weten waar de parachutist in Haulerwijk gebleven was. Het was voor mij niet
moeilijk om vol te houden dat ik dat niet wist.
Daar ontmoette ik toevallig een inspecteur, genaamd F. van Vliet. Hij was een oude bekende
van mij van de lagere school, die mede dankzij mijn vader bij de politie terecht was' gekomen.
Mij was niet bekend dat hij N.S.B.-er was geworden. Niettemin heeft hij bij de Duitsers, waar
hij uiteraard een goed entree had, een goed woordje voor mij gedaan, zodat ik na een verblijf
van een dag in Groningen, mijn pistool weer in ontvangst kon nemen en werd zonder het
gaatje in mijn hoofd, op vrije voeten gesteld, onder de voorwaarde dat ik mij ter beschikking
moest houden. Ik ben niet ondergedoken, sliep de eerste tijd niet thuis en mijn vervulde ik aan
de zuidzijde van de vaart waar de zand-modderweg het autoverkeer voor vriend en vijand
onmogelijk maakte. Na de bevrijding heb ik in het interneringskamp Fochteloo nog een
onderhoud gehad met de vrouw die mij bij de Duitsers had aangebracht.
Tot zover het verhaal van de heer De Vree. ( hij woonde op de nu Compagnonsweg 11)
   114   115   116   117   118   119   120   121   122   123   124