Page 95 - Stukjes in de Saskemare
P. 95
Van Beneden naar Heden
Tochten langs velden en boerderijen van de Janssenstichting.
Uit de Hepkema' s krant.
Onder de rubriek " Kleine boerenbedrijven " behooren ook de negen boerderijtjes van de
Stichting te Haulerwijk Donkerbroek.
Ook daarheen voerde ons de auto. Het is er betrekkelijk eenzaam, een wereldje op zich zelf.
Wie niet buiten het levendig vertier van het drukke menschenbeweeg kan, zal hier niet kunnen
aarden. Maar de boer heeft daar geen hinder van; hij heeft zijn eigen werk, dat voor hem een
groot deel van den dag in beslag neemt. En overigens zorgt de radio er tegenwoordig wel
voor, dat men ook in de eenzaamheid van het platteland zich niet al te afgezonderd gevoelt.
Ook in Haulerwijk Beneden bezochten we enkele van de boerderijtjes, die daar ter weerzijden
van een wijk gelegen zijn. Het was ook daar weer het water, dat vroeger voor het vervoer
dienst deed. De huurders hadden er zelfs gezamenlijk een bokvaartuig van de Stichting in
huur, waarvoor ieder per jaar /5.- moest betalen. Maar het bokvaartuig doet geen dienst meer.
De huurders hebben paarden aangeschaft en leiden hun vervoer langs den weg in plaats van
over het water.
Ook hier troffen we weer een merkwaardig voorbeeld van langdurige trouw aan de Stichting.
We traden binnen bij een bejaarde weduwe, (vrouw Linze van der Veer) die daar met twee
zoons woont. Het is reeds 38 jaar geleden, toen haar man en zij zich op het toen (in 1901 )
gebouwde boerderijtje vestigden. Haar man was een eenvoudig maar fiinke arbeider, die met
allerlei werk, dat zijn hand vond om te doen, den kost verdiende voor zich en zijn gezin. *t
Was een moeilijk en karig bestaan. Toen werd ook hier het commissiewerk aangevat,
waarvoor te Haulerwijk zich de heeren W. Posthuma, en F. M. van den Berg inspanden.
De door ons bedoelde arbeider kreeg reeds in 1900 gelegenheid om van den heeren een
boerderijtje te huren en hij ging er inderdaad toe over. Maar toen besluit gevallen was, zag hij
bezwaren. Hij vreesde, niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen en kon er zelfs des
nachts niet van slapen. Kort en goed: hij zei de huur weer op. Maar toen hij het volgend jaar,
in 1901, opnieuw de gelegenheid kreeg, heeft hij ze niet weer laten ontglippen. Hij bezat geen
geld, maar een paar fiinke handen en durfde het toen wel aan. Met geld van de stichting begon
hij op bescheiden scbaal zijn bedrijfje, daarin bijgestaan door zijn vrouwen later door de
kinderen. Het werd een groot gezin: tien kinderen werden hun geboren. De meeste dier
kinderen gingen de wereld in. Een dochter bevindt zich zelfs in Ned. Indie, waarvan de
aanwezigheid van talrijke voorwerpen van Indische kunst blijk geeft. Een negental jaren
geleden waren alien ter gelegenheid van een familiefeest weer bijeen en een destijds gemaakte
foto van het ouderpaar met alle tien volwassen kinderen om hen heen is een waardevol bezh
van de familie. Later is de vader heengegaan en de weduwe wordt in het werk bijgestaan door
twee zoons.
Ofschoon reeds op jaren, neemt de weduwe nog een belangrijk aandeel in den gang van
zaken.
Naast haar woont een getrouwde zoon, ( Wietse ) ook op een boerderijtje van de Stichting De
keurig ingerichte woningen, de goed onderhouden landerijen, het glanzige vee in de weide zij
ieder voor zich de getuigen, dat hier geleefd en gewerkt wordt met lust en ambitie, met
tevredenheid en erkentelijkheid tegenover de Stichting, die dit mede heeft tot stand gebracht.
De P. W. Janssen's Friesche Stichting in 1939.
De jongste zoon ( Nicolaas ) van Linze van der Veer vertelde me later waarom zijn vader het
in 1900 niet aandurfde om de boerderij te huren, hij zei: " us heit koe net melke ."
R.Reinders. wordt vervolgd..
Vov

