Page 90 - Stukjes in de Saskemare
P. 90

VAN BENEDEN NAAR HEDEN

Onderstaand verhaal stond in de krant van 1960 , zestig jaar getrouwd.
De fanxDuursma heeft eerst in de Knienebuurt (Sint Baronstraat)gewoond en later
op de Kruisweg 25, daarna woonde de fanxOskam in dit huis, het werd afgebroken en
daarna heeft Hoeksema er een nieuw huis gebouwd.

Harm Klaas Duursma te Haulerwijk-beneden (het tegenwoordige Waskemeer), aldaar
geboren op 28 September 1874, trad op 18 mei van het jaar 1900 te Oosterwolde in het
huwelijk met Maria van Veenen te Fochteloo, aldaar geboren op 16 november 1879.
Binnenkort zal dit echtpaar, dat al meer dan 45 jaar woont in een huisje van de
Woningstichting Ooststellingwerf, aan de weg van Waskemeer naar Haule, officieel
Waskemeer 3 , dus 60 jaar getrouwd zijn.
Uit dit huwelijk werden 8 kinderen geboren, 7 jongens en 1 meisje. Op 4-jarige leeftijd
overleed 6en van de jongens. Allen zijn getrouwd en verzamelden in de loop der jaren 28
kleinkinderen, terwijl op dit ogenblik het aantal der achterkleinkinderen om en bij de helft van
dat getal bedraagt.
In hun trouwen, althans in de jaren toen de kinderen nog klein waren, hebben deze echtelieden
het vaak zeer moeilijk gehad. Trouwens ook daarvoor wisten ze al dat het leven in die tijd
voor arbeiderskinderen niet gemakkelijk was. Maria moest er op 11-jarige leeftijd al "uit" en
zij kwam voor kost en kleren terecht bij een boer te Fochteloo, een weduwnaar met 6 kleine
kinderen. Wat er in een dergelijk gezin van een 11-jarig meisje - zelf nog een kind -
gevraagd werd, daar heeft de tegenwoordige jeugd ( gelukkig) geen voorstelling van.
Naderhand diende zij nog bij verschillende boeren ergens in de gemeente of even daar buiten.
Ook Harm moest al spoedig een bijdrage leveren in het gezinsinkomen, eerst als koejongen,
later als boerenknechtje voor kost en inwoning phis een jaarloon dat nog niet de helft bedroeg
van het weekloon van een boerenarbeider in deze tijd.

Een leerplichtwet bestond er in die tijd nog niet. Van schoolgaan kwam er derhalve al heel
weinig terecht. Alleen gedurende de wintermaanden, als er geen werk te vinden was, bezocht
men wel eens de school, maar meestal bracht men het dan niet veel verder dan het schrijven
van de eigen naam. Vaak kwam men daar niet eens aan toe.
In het begin van hun trouwen bedroegen de "verdiensten" van een boerenarbeider /4.- pa-
week, 's Morgens vroeg ging hij op stap met zijn eigen kost in een pannetje onder de arm. De
inhoud daarvan werd dan door de boerin in de oven verwarmd en bij slecht weer mocht hij
zijn eigen middageten dan in de stal bij de koeien consumeren. Dat gold toen als een algemen
gebruik.

.'t Is begrijpelijk, dat men van die /4.- per week - ook in die "goede oude tijd " geen grote
sprongen kon maken, vooral niet in een gezin met een aantal kinderen.. Gedurende de
zomermaanden ging het nog zo'n beetje, maar anders was dat in de winter als er geen werk
was en als de man als kostwinner ziek werd.. Er was geen enkele vorm van steun en men was
dus geheel op zichzelf aangewezen..Veelal werd er in die omstandigheden bittere armoede
geleden. Men borgde dan bij winkelier en bakker, ten einde de moeilijke tijd door te komen.
In de zomer als er weer werk was of als de zieke genezen was, dienden de gemaakte schulden
afgelost te worden en dan herhaalde zich gedurende de volgende winter dezelfde geschiedenis
met het gevolg, dat vele gezinnen in een permanente staat van armoede leefden, waarin aan
vrijwel alles een schreeuwend gebrek was.. Van enige levensvreugde kon er onder die
omstandigheden dan ook geen sprake zijn. Maar met trots vertelde beppe ons, dat "geen mens
een cent aan haar te kort gekomen is ".

Voor zover de gezinsomstandigheden dat maar even toelieten, ging zij uit werken, na's
morgens eerst de kinderen naar school geholpen te hebben. Om 8 uur diende zij dan in haar
werkhuis te zijn, waarvoor niet zelden een afstand van 3 - 4 km. te voet overbrugd moest
   85   86   87   88   89   90   91   92   93   94   95