Page 50 - _Waskemeer 2001-2003
P. 50

Een so itaite                                                                                                                     J

Zijn vader heeft hij nooit                            In de huiskamer in Bakkeveen                                                     J
       gekend, zijn moéder over-
       leed toen hij veertien jaar                    gaan Duitse stemmen rond. De                                                    1
       was. Toen begon hij te                         ARD, een televisieprogramma.
vechten. Hij sloeg een boer, tot                      Hij zwierf veel rond in Duits-                                                  1
die op de knieën in het land zat.                     land. In de eigen streek was hij                                               1
Hij sloeg een cafébezoeker, tot                       na de gevangenis ongewenst.                                                    1
de dokter erbij werd geroepen.                                                                                                       1
Hij vocht, overal waar hij werd                       Een boer had gezegd: vanwege                                                   1
uitgedaagd. Mededogen kende                           je werk zou ik je graag willen                                                 1
hij niet, eerder een gevoel van                       hebben, maar je staat zo slecht
triomf. Het gevecht was zijn                          bekend. Nee, dat kan niks wor-                                                 1
verzet tegen de onrechtvaar-                          den. Jammer, zei Koene, ik heb
digheid van het leven, tegen het                      van jou ook nog geen goeds ge-                                                 tl
                                                      hoord.
                                                                                                                                     1
verlies van zijn moeder. "De                          Hij moest de grens over voor          tijd als een rat in de kelders
kus die zij me heeft gegeven, is                      z'n brood. Zijn grootvader was        leeft, kun je ook niks weten."           1

de enige kus die ik me kan her-                       eens met een schop naar Duits-        De eerste jaren in Duitsland             1
inneren."                                             land gewandeld, nu kocht Koe-         verliepen rustig, maar daarna            1
                                                                                            liepen de cafés en danslokalen           1
Koene de Vegt is nu een man ne een treinkaartje van vier gul-                               leeg. Je hoorde steeds· meer
die wankelt op een stok. 85 jaar. den. Hij stapte uit op het sta-                           huilende bommen, aangescho-              1
Rossen kan hij niet meer, maar tion in Düren en voelde zich                                                                          1
de blik is nog onverschrokken. voor het eerst in zijn leven "een                             ten jachtvliegtuigen' ·die brui-""'
Hij stoorde zich nooit ergens heel klein ventje".                                            den als gewonde dieren. De :            1
                                                                                           , Duitsers prevelden het 'Vater
aan. In Bakkeveen joeg hij met                        Hij vond werk op een boerderij,        Unser' in hun bunkers, en Koe-          1
honden op bunzings, en schoot                         kwam in een bruisend bestaan           ne zat er tussenin. Een keer
hij met zijn broers op wild. "De                      terecht van voeren, melken, en         moest hij zelfs dekking zoeken :,       1
hazen en konijnen waren het zo                        veel vrije tijd. Hij danste met zi-    in een bomkrater; tijdens een ,
goed van ons als van de Lieve                         geunermeisjes in een café. Ze.         regen ~~~ gran_~-t~n_._!:.l~t laatsteJ
Heer."                                                                                       geluid van de oorlog was een
                                                      zongen: "Die Zigeuner habert           donder in de verte: de Amerika-
De politie kreeg hem eens te                          keine Heimat mehr." ·                  nen trokken. Leverkusen bin-
pakken voor wapenhandel. Het                                                                 nen. "Toen werd het stil. Onbe-
                                                                                             haaglijk. Ik kon .er niet tegen. Ik
werd brommen in het gevang in Toen de Duitse troepen Neder-                                  miste de spanning van het ka-
                                                                                             nongebulder. Ik begreep mezelf
                                                      land binnenvielen, was Koene
                                                                                              niet. ~·
                                                      terug in Bakkeveen. "Door de
                                                                                           -Hïr daêht na, over"-wat.Rerrïa1S:-
                                                      mobilisatie konden ze me in-
                                                                                            kind was overkomen. Over het
jNTERVIEW                                             eens goed gebruiken. Iemand           bestaan. Al denkende werd
                                                      zei: juist in deze tijd moeten wij    Koene de Vegt' een gelovig
                                                      naast elkaar · staan. · Maar ik       mens. Niet in God en de duivel,
                                                                                            niet ·in een hemel en een hel,
                                                      deèd net of ik het niet hoorde.       maar in iets wat zijn begrip te
                                                                                            boven ging: reïncarnatie. "Toen ·
                                                      Wie stond er naast Koene, toen

Leeuwarden. De· rechter zei: hij een klein jongetje was in
"Koene de Vegt, je staat als zeer Bakkeveen? Niemand." Hij wees
slecht bekend. Je bent een vent- de Duitsers de weg, naar een ca-
je dat afgeknepen moet wor- fé, naar de bakker. Alleen de
                                                      weg naar Leeuwarden wees hij
den."
                                                      ze niet. Daarvoor.' voelde  hij
                               ce'  l.,.    -···~  i  zich te veel Hollander.
Hij  zat  zes  weken  in  een
                                          een

duiventil, waar het een komen
en gaan was van gevangenen. In de oorlogsjareri werkte hij in
Op een dag liep er een vierde het land van de vijand. Als boe-
man binnen. Een straatvechter, renknecht in Gross Vernich, als
bedreven in jiu-jitsu. Koene was . sjouw~r in een wijnkelder in
bang. "Een gevecht kon niet uit- Trier, als bouwvakker in Düs-
blijven. Hij ging in de fout. Toen seldorf. Hij sloot vriendschap-

ze me van hem .afhaalden, be- pen, verzori smoezen om aan

sefte ik pas wat voor eeri illil ik werk te komen; en .zocht het
te pakken had. ·Hij huilde als conflict als hij merkte dat men-
een kind. Daarna was hij ge- . sen herr( niet respecteerden.
·dwee."                   · "Ik werkte in .de .wijnkelders

                                                      van Trier onder een Kelle rmeis-

Hij praat erover met mannelijke · ter. Grim heette ,die man. Ik

·trots, alsof hij van binnen lacht, mocht hem · niet. Die sufferd

maar geen enkel gevecht heeft meende dat bij de Duitse grens

ooit een beter mens van hem alles ophield. Ik zei: je hebt ze-

ge maakt. "Ik was een s lechte, ker nog nooit van d e Neder-

hoor. Mensen zeiden dat ik landse schilderkuns t gehoord?

voor galg en rad zoi.1 opgroeien. Nooit van de Nederlandse wa-

Er zou niets van me tèrechtko- terbouwkundigen? Maar, zei ik,

men."                                                 dat is jouw sèhuld niet. Als je al-

                                                      -44-
   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55