Page 5 - 19_hoop_op_zegen FB
P. 5
m Particuliere Handkracht Boterfabriek
Wat er allemaal aan vooraf ging.
In 1765 werd de herberg " Het Hoekhuis " gebouwd volgens de muurankers in de zijgevel.
De heide liep toen nog tot aan de herberg en de vervening was nog in voile gang.
Wie er toen woonden is mij niet bekend.
In 1856 tot 1892 woonden er in dit dubbele huis aan de schoolkant ( no.. 82, later werd dit
no.377 ) Douwe Hendrik Bergsma, hij was vervener, later was zijn beroep schoenmaker.
De turfmakerij was toen al bijna gebeurd.
Aan de andere kant woonde in 1863 tot 1878 Pieter Jelles Jongsma. Daarna woonden er
Johannes Conradi.
Conradi vertrekt en daar komt nu Freerk Vlietstra en zijn vrouw Antje van Otten te wonen..
We komen Vlietstra voor het eerst tegen in 1873, hij was toen hier in Beneden Haulerwijk
brugpachter en cafe-houder tot 1881 en woonde in het brugwachtershuis.
Freerk Vlietstra zijn beroep was timmerman, winkelier en cafehouder van 1882 tot 1884 dan
verkoopt hij zijn bedrijf aan Harmen Hendrik van Seyen.
De fam. Vlietstra vertrekt op 12 Maart 1884 naar Leeuwarden.
Wie was van Harmen Hendrik van Seyen ?
In 1875 kwam van Seyen hier te wonen op Donkerbroek no. 117, dat was toen Donkerbroek,
nu Bisschopsweg I - 2 - 3 .
Van Seyen zijn beroep was timmerman, na 7 jaar verkocht hij zijn bedrijf op 24 Februari
1882 aan Oege Offringa, timmergezel te Drachten.
Harmen Hendrik van Seyen zijn beroep werd in 1884 winkelier, cafehouder en timmerman en
dat bleef hij 11 jaar.
Boven de deur van het cafe stond de naam " De Vier Dochters " .
De fam. van Seyen had 4 dochters - Sietske - Pietertje - Wopkje en Jitske en er waren 00^3
zonen.
Op 16 Mei 1896 is Harmen Hendrik van Seyen overleden. En op 17 Oktober van hetzelfde
jaar koopt Oege Offringa het caf6 enz. van de weduwe van Seyen.
Offringa ruimde het cafe op, want hij woonde er tegenover en had veel last van de
cafegangers, waar veel gevochten werd en messenstekerijen plaats vonden.
Zoals in veel streken van ons land het geval was, bereidden ook hier bij ons in de omgeving
de boeren zelf de boter. Later ging een gedeelte van de melk van de bedrijven naar de
Zuivelfabriek in Frieschepalen.
Op 22 April 1897 richtte Oege Offringa de herberg (tevens boerderij en bijenhouderij) in de
schuur een handkracht-boterfabriek op. Het woongedeelte aan de linkerkant was voor de
directeur-botermaker de heer Jan Pieters Bethlehem.
De andere kant werd verhuurd o.a. aan de heer Willem de Vroeg, zijn beroep was kleermaker.
De wegen waren allemaal onverhard, de melk kwam dan ook bijna allemaal per boot bij de
fabriek.
/

