Page 36 - 19_hoop_op_zegen FB
P. 36

In 1915 gaan er stemmen op om een aankoopvereniging en graanmaalderij aan de fabriek te
verbinden. Dit wordt afgewezen, maar in maart 1916 wordt definitief besloten om tot het
bouwen van een kaasmakerij ( kosten ongeveer / 11.000.-) ofschoon men geen consent voor
kaasexporteur kan krijgen.
Deze erkenning komt nog in November van dit jaar af.
De Kaasmakerij, een nieuwe mijlpaal.

De melkaanvoer bedroeg in 1911 - 1912 1.862.932. kg. en in 1916 toen er een kaasmakerij
kwam, 1.997.961 kg.
In die periode waren er 308 leden met in totaal 857 koeien.
Opvallend was, dat er ook leden zonder koeien waren. Maar het merendeel had een tot vijf
koeien. Er waren toen drie leden met tien koeien, een met elf, een met zestien en een met
twintig. Dat waren de grootste boeren.

In het jaarverslag van 1918-1919 viel het volgende te lezen:
" De kwaliteit van de melk laat nog dikwijls te wenschen over, er wordt nog veel te weinig
rekening mede gehouden dat slechts van deugdelijke grondstoffen, dat is in dit geval de melk,
boter en kaas gemaakt kan worden van goede kwaliteit.
Veel melk moest den leden teruggezonden worden, omdat de zuurgraad te hoog was, omdat
ze te vuil was of smaak en reuk niet deugden " . .

In 1920 vertrekt de heer W. Jullens naar Vollenhove. Het drietal dat voor de benoeming wordt
opgemaakt luidt: M. Houtsma te Heeg, J. Terpstra te Marum en J. van der Veen te Giekerk.
Uit het drietal wordt de heer Meile Houtsma te Heeg gekozen.

In 1921 wordt besloten de fabriek te verbouwen, de kosten ongeveer / 25.000.-. In dit jaar
komt de telefoonaansluiting en wordt de vereniging lid van de Coop. Boerenleenbank.

In 1924 worden de fabriek en de directeurswoning van electrisch licht voorzien. Ik som deze
feiten zo maar even o p , maar het is goed zich te realiseren hoe deze wereld er zonder
electrisch licht, telefoonverbinding e.d. uitgezien hebben.

In Oktober 1927 wordt een vakantie van 4 dagen voor het personeel ingevoerd.

In het jaarverslag van 1924 - 1925 vinden wij een lezing afgedrukt van het vroegere

bestuurslid A. Loonstra, die hij gehouden heeft in de Algemene Ledenvergadering van 10

December 1924. Aan het eind daarvan vindt U het volgende gedichtje, dat waard is herdrukt

te worden.

Do 't er yn dizze streken       En as den't wirk jouns dien wie,

Yet siet in protte fean         Den siet men om 'e hird

Do joech soks 'n hopen minsken  En sei men tsjin elkoarren :

Wol brea, in goed bestean.      Whet is det hjir yet waerd !

Mar do't bigoun te sunken,      Sa mannichien teach hinne

Troch' t gyng tichtby en tier   Nei oare streken ta,

Dat joech yn 't lest to tinken  Wer 't fean yet siet by heapen;

En eindlichs kaem 't safier :   Der woe min 't folk wol ha,

Der moast foroarinch komme      Mar ek in diel is bleauwen

't Koe sa net langer gean,      Die halden fen 'e groun

De wirkkring moast forromme     Hwer 't hja sa mannich jierren

Scoe 'tjaen oanelkmes lean.     Instikje brea hien 'foun.
   31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41