Page 204 - 02_beneden_haulerwijk_1926-1954 FB
P. 204
Belangwekkende vondsten in de Hauler poel, ontdekt door meester Houtsma.
Zij, die de heer P.Houtsma, onderwijzer aan de Chr. U.L.O. te Haulerwijk Beneden, er
geregeld op uit zagen trekken, rijdend op zijn Ariel en gewapend met een schop, hebben hun
hoofd wel eens geschud over zoveel dwaasheid.
Toen echter pers en radio opzienbarende berichten de wereld inzonden van de ontdekkingen
in de Haulerpoel, begon men in te zien, dat die graverij naar " oude steentjes "meer inhield
dan aanvankelijk had gedacht. Het gevolg is geweest, dat een stroom van mensen op pad ging,
om een blootgelegd oud vissersdorp te gaan bekijken. Zij werden echter teleurgesteld, want
behalve de ontginningswerkzaamheden is er van een graafwerk vrijwel niets te bespeuren.
In vele Nederlandse landschappen leggen nog heden ten dage monumenten van het verre
verleden getuigenis af van de vroegste tijden, b.v. hunebedden, grafheuvels, terpen, enz.
Ook door middel van de schop komt en tegenwoordig veel te weten over de oude tijden en
hun bewoners.
De heer Houtsma, die zijn vrije tijd gaarne besteedt aan de oudheidkunde, ontdekte in een in
de oorlog gegraven brandsingel enkele belangrijke stenen, die dateerden uit zeer oude tijden
± 13.000 v. C. Met deze vondsten ging hij naar de heer Minnema te Murmerwoude, die ook
het onmiddellijk belang ervan inzag. Zij namen het besluit de bekende Nederlandse bodem-
kundige, prof, van Giffen hiervan in kennis te stellen. Daar is toen een graving van gekomen.
Dr. A. Bohmers, conservator van het Biologisch- archaelogisch instituut te Groningen, toonde
aan, dat deze vondsten lagen aan de rand van een meer uit die tijd. Hier ze ook stenen
werktuigen uit de midden-steentijd, van ± 5.000 v.C.
Verder ondiepe kommen, z.g.n.hutkommen, die wijzen op een bevoIking uit die tijd. Dat
waren waarschijnlijk nomaden, wier leefwijze was vissen en jagen, waar men niet van moet
maken, dat hier een vissersdorp gevonden is.
Oorspronkelijk joeg men op groter wild. De werktuigen wijzen dit uit. Die mensen noemt
men rendierjagers. Ook de bodembegroeiing bewijst dit. Er zijn versteende stuifmeelkorrels te
vinden van de toenmalige plantengroei. Er moet hier toen een bosvrije toendra geweest zijn.
Rendierjagers bestaan nu nog in Lapland. Zoals die nu leven, kunnen ook de mensen geleefd
hebben, die hier vroeger woonden. De latere bevolking joeg op kleiner wild. De plantengroei
en de dierenwereld waren dus veranderd. Ook dit is aan te tonen aan de hand van de gevonden
stenen werktuigen.
Uit alles, wat heer Houtsma vond en opgroef, is nu te bewijzen dat de Haulerpoel reeds vanaf
de oudste tijden is bewoond geweest.
Dit alles wist men reeds geruime tijd, maar het bleef bewaard door de oudheidkundigen. Nu
echter het mooie complex heideveld met ontginning bedreigd wordt, is deze zaak in een ander
stadium gekomen. Men wil graag dit veld voor wetenschappelijke doeleinden bewaren. Er
zijn veel meer vindplaatsen van oude stenen. Aan grondwerkers zouden we daarom willen
vragen bijzondere vondsten voorzichtig te willen behandelen en hiervan de heer Houtsma in
kennis te stellen.
Een 80-jarige
Op Dinsdag j.l. werd het feit herdacht, dat de Jongelingsverenigingen op gereformeerde
grdndslag alhier 80 jaar hebben bestaan. Ds. Broer sprak het openingswoord nadat gezongen
en gebeden was. Daarna verschenen de "Groninger ministreels "op het podium, die ook
_ verder voor de afwisseling zorgden. De feestrede werd uitgesproken door prof.dr. K.Dijk, die

