De Koster

 


 

Site Meter

 

Het kosterschap dateert in onze kerk uit 1917. Op de kerkeraadsvergadering van 23 juni 1917 wordt gesproken over de noodzakelijkheid van een koster. Voorheen werd de kerk soms schoongehouden door de dominee en zijn vrouw. In 1888 werd aan ds. Fokkinga gevraagd, of hij bereid was de kerk éénmaal per week te willen vegen en 1 keer in de maand te schrobben. Ook ds. Groot Nibbelink heeft nog enige tijd de kachel schoongehouden.
In die tijd kende men de funktie van dorpelwachter. In de notulen van 6 december 1889 staat onder andere: „Fedde Riemsma wordt benoemd tot dorpelwachter in 's Heren Huis, waarvoor hem een afzonderlijke zitplaats in de kerk wordt aangeboden, en welke benoeming bereidwillig wordt aangenomen". De naam dorpelwachter stamt uit de tijd van de afscheiding. Er mochten geen godsdienstoefeningen worden gehouden, voor meer dan 20 personen, tenzij men hier toestemming voor had van de hoge regering (zie brief van 9 april 1838 van de grietman (nu burgemeester) aan de officier van justitie). Vaak vroeg of kreeg men daar geen toestemming voor. De dorpelwachter had als taak te waarschuwen wanneer de veldwachter kwam controleren. Ook in Haulerwijk zijn destijds boetes betaald, omdat men godsdienstoefeningen hield boven het aantal van 20 personen.
Ook kende men de funktie van kerkschoonmaakster. Zij moest de kerk schoonhouden in overleg met de kerkeraad. Het schoonhouden gebeurde niet altijd naar wens. In de notulen van 26 augustus 1898 wordt vermeld: „Er wordt gesproken dat de kerk er doorgaans vuil uitziet. Men besluit met de kerkschoonmaakster hierover te spreken, en de volgende voorwaarden vast te stellen:

- Kerk van binnen schoonhouden.
- Vloer, tafel, preekstoel, banken en glazen van binnen en buiten afnemen, spinrag en stof verwijderen.
- Op geregelde tijden, 8 maal per jaar, de vloer dweilen.
- Het privaat bij de kerk elke week schoonmaken.
- 's Winters de kachel aanmaken en alle weken poetsen.
- De lampen goed verzorgen en schoonhouden, van olie en kousen voorzien,
zodat zij licht geven.
- Indien er sneeuw ligt dit behoorlijk bij de kerk op te ruimen."

 

25 oktober 1917:
Het lichtvraagstuk komt aan de orde. Petroleum wordt van regeringswege niet meer beschikbaar gesteld. Men zal zich moeten behelpen. Bij het geven van catechisaties heeft men licht nodig. Aan G. Koops wordt opgedragen te zorgen voor een carbidlamp en het nodige carbid.

Zondag 27 maart 1917:
In de kerkdienst wordt bekend gemaakt, dat zij die belangstelling hebben voor het kosterschap, zich kunnen melden voor 15 april aan de pastorie. Op de kerkeraadsvergadering van 18 april deelt de praeses ds. Groot Nibbelink mee, dat voor koster zich hebben aangemeld: Andries Wijkstra en zijn vrouw. Ze willen dit doen voor f 80,- per jaar. De kerkeraad besluit Wijkstra te benoemen. Dit kosterschap is van korte duur.

22 april 1918:
Op de kerkeraadsvergadering wordt meegedeeld dat de koster en zijn vrouw hun funktie wensen neer te leggen. Er wordt besloten naar een nieuwe koster uit te kijken. Aan de tegenwoordige funktionaris zal men vragen zolang dienst te doen, totdat de andere koster in funktie treedt.

19 juni 1918:
De broeders R. de Boer en K. van der Veen delen mee, dat het hun gelukt is een nieuwe koster te vinden, na vele vergeefse pogingen. Het kosterschap wordt opgedragen aan Oebele Stoker en zijn echtgenote. Hun jaarsalaris bedraagt f 85,-. De praeses bedankt de broeders voor hun arbeid.

31 oktober 1918:
Broeder Offringa vraagt of er reeds moeite is gedaan om carbid te krijgen voor verlichting tijdens het geven van de catechisaties. Broeder Sweepe deelt mee, dat wanneer hij een toewijzing krijgt, hij ook de kerk zal voorzien.

30 juni 1928:
Oebele de Vries deelt mee, dat de koster niet langer zijn funktie meent te kunnen waarnemen, tenzij de kerk hem een boot verschaft, waarmee hij kan overvaren. (De koster woont tegenover de kerk). De kerkeraad meent de koster te moeten behouden en daar er misschien wel een bootje te krijgen is, zal broeder O. de Vries hierover informatie inwinnen.

28 augustus 1928:
Broeder O. de Vries deelt mee, dat voor de koster een ijzeren boot is gekocht van S. Hempenius voor f 45,-. Doch dat het ook nodig is deze eens uit het water te halen en op te knappen, met menie en teer. Ook dit laatste wordt aan broeder 0. de Vries opgedragen.

8 januari 1929:
Ingekomen stukken, onder andere een mededeling van de koster, dat hij zijn funktie met ingang van 1 februari wenst neer te leggen. Naar aanleiding hiervan zullen enkele personen uit de gemeente worden gepolst voor deze funktie.

28 januari 1929:
Tot koster wordt benoemd voor een jaar: Sjirk Donkerbroek. Zijn jaarsalaris bedraagt f 65,-. Voor extra werkzaamheden zal hij een toeslag van f 5,- ontvangen. Een instructielijst is opgemaakt door broeder O. de Vries.

2 december 1930:
In bespreking komt het kosterschap, waarmee in verband staat het verhuren van de oude pastorie. Lang en breed wordt de zaak besproken. Het ideale is een koster te benoemen, die alle werkzaamheden, in het oude en nieuwe kerkgebouw wil waarnemen en in de oude pastorie gaat wonen. Aangezien hiervoor moeilijk een persoon te vinden is en het de kosten van het kosterschap aanmerkelijk zou verhogen, wordt hiervan afgezien.
Men zal trachten een akkoord te treffen met de tegenwoordige koster, die zijn werk tot aller genoegen verricht. Reeds dadelijk worden hiertoe de nodige stappen gedaan.
De koster wordt gehaald. Intussen komt broeder G. Langhout binnen, die in de vorige vergadering benoemd is als lid van de commissie oude gebouwen. Mede in zijn tegenwoordigheid wordt aan de koster de vraag gesteld, welk salaris hij zou moeten verdienen, wanneer hij alle werkzaamheden zou verrichten in de oude en nieuwe gebouwen. De koster wil dit werk doen voor f 300,- per jaar, mits hij zijn boerderijtje (nu Breebergweg 23, Waskemeer) kan aanhouden. Moet hij daarvan echter afstand doen en de pastorie bewonen, dat zou dit bedrag aanmerkelijk moeten worden verhoogd. Het voorstel van de koster à f 300,- per jaar wordt met algemene stemmen aangenomen.

6 januari 1931:
Aan de koster wordt in het vervolg opgedragen de Avondmaalstafel klaar te maken. Voorheen zorgde de kerkeraad hiervoor. Broeder 0. de Vries belooft hem de eerste keer behulpzaam te zijn. Broeder Sj. Donkerbroek heeft zijn kostersfunktie vervuld tot maart 1945.

Verder hebben nog als kosters gefungeerd de volgende personen:

Hinke Klooster : van maart 1945 tot januari 1949.
Jannes Bosma : van januari 1949 tot februari 1958.
L. D. Akkerman : van 1 april 1958 tot 1 januari 1966.
A. Duursma : van 1 januari 1966 tot 1 januari 1978.
A. Gorter : van 1 januari 1978 tot 1 september 1980.
A. van der Meulen : van 1 september 1980 tot heden.

 


Copyrechten bij de Gereformeerde kerk Haulerwijk

Aan de inhoud van deze site zijn geen rechten te ontlenen.
Bij problemen of vragen over deze website u kunt contact opnemen met
 Webmaster.    
Laatst bijgewerkt: 01 mei 2005.